De pomerans is het leren dopje op het uiteinde van je keu. Het is het enige stuk dat de bal raakt, het is het goedkoopste onderdeel van je keu, en het is het eerste dat op is. Toch wordt het meestal pas vervangen als het spel al een tijd niet meer klopt.
Ik krijg die vraag vaak aan de telefoon: waaraan zie ik dat hij versleten is? Hieronder staat waar ik zelf naar kijk als iemand zijn keu binnenbrengt.
Vijf dingen die je zelf kunt zien
1. Je mist vaker, en altijd op dezelfde manier
Een versleten pomerans grijpt minder. Je merkt het het eerst bij effect: de bal doet net niet wat je vraagt, en bij een harde stoot glijdt de keu weg. Wie denkt dat hij slechter is gaan spelen, speelt soms gewoon op een dop die op is.
2. De bovenkant is plat
Een pomerans hoort bol te zijn, ruwweg de ronding van een muntstuk. Slijt hij vlak, dan raakt hij de bal over een groter vlak en verlies je controle. Je kunt hem een tijd bijvijlen, maar elke keer wordt hij lager.
3. Hij is breder dan de ferrule
Wordt de rand van het leer breder dan het wit eronder, dan is hij uitgezakt. Dat heet paddenstoelen, en het is het duidelijkste teken dat er te lang mee gespeeld is.
4. Hij glimt
Leer dat glad en glanzend is, houdt geen krijt meer vast. Een pomerans die je niet meer geruwd krijgt, is versleten en niet vuil.
5. Hij zit los, of er zit een randje tussen
Voel je met je nagel een richel tussen leer en ferrule, dan laat de lijm los. Dan is het wachten tot hij eraf springt, meestal midden in een partij.
Gelaagd of uit één stuk?
Een pomerans uit één stuk leer is goedkoper en zachter; hij zakt sneller uit en moet vaker bijgewerkt worden. Een gelaagde pomerans bestaat uit op elkaar geperste laagjes, houdt zijn vorm langer en speelt voorspelbaarder. Voor wie in competitie speelt, is dat het verschil waar het om draait.
Daarnaast bestaat er hard, medium en zacht. Harder geeft meer controle en minder effect, zachter het omgekeerde. Er is geen beste keuze: er is de keuze die past bij hoe jij speelt, en dat bespreken we als je langskomt.
Waar het bij het vervangen op aankomt
De nieuwe pomerans moet exact op de ferrule passen. Is hij te breed, dan wordt hij bijgeslepen tot hij gelijk loopt; is hij te smal, dan slijt de rand van de ferrule mee. Het reglement van de wereldbond zet trouwens één harde grens op de keu zelf: de tip mag ten hoogste 14 mm meten.
Verder telt vooral hoe het lijmwerk gebeurt. Het oude leer eraf, het vlak haaks afwerken, lijmen onder druk en pas daarna in vorm brengen. Wie die volgorde omdraait, krijgt een dop die er goed uitziet en na twee weken loskomt.
Zelf doen of laten doen?
Een pomerans vervangen kan zelf. Wat je nodig hebt is een vlakke ondergrond, de juiste lijm, geduld tijdens het drogen en een vaste hand bij het in vorm brengen. Gaat het mis, dan zit de schade meestal niet in het leer maar in de ferrule eronder, en dat is een duurdere herstelling dan waarmee je begon.
Breng je hem liever binnen, dan doe ik het voor je — samen met de rest van de keu als die toch toe is aan een opfrisbeurt.
Wil je je keu laten onderhouden? Op de pagina hieronder staat wat ik doe, wat ik van jou nodig heb en hoe je hem bij me krijgt.