Het spel
Bij 9-ball speel je de ballen in de volgorde van hun nummer: eerst de 1, dan de 2, en zo verder. Wie de 9 legaal pot, wint het rack — ook als dat al bij de afstoot gebeurt.
Opstelling
De negen ballen liggen strak in een ruit. De 1 ligt vooraan, naar de kopkant van de tafel gericht, en de 9 ligt in het midden van de ruit, op de foot spot. De rest ligt door elkaar, zonder patroon.
De 9 op de foot spot is de NIEUWE regel: zo staat het sinds 15 september 2025 in het WPA-reglement. Tot dan lag de 1 daar, en dat is wat je in oudere boeken en filmpjes nog ziet. Het hele rek schuift daardoor twee rijen naar de kopkant — ongeveer tien centimeter.
De afstoot
Wie de toss wint, mag afstoten. Je legt de witte bal achter de opstootlijn en je moet de 1 als eerste raken. De afstoot telt als er een bal valt, of als er minstens vier ballen een band raken. Gebeurt geen van beide, dan is het een fout en gaat de beurt over.
Valt de 9 meteen bij de afstoot, dan heb je gewonnen.
De break box
Bij het officiële 9-ball spel mag de witte bal bij de afstoot niet overal in de keuken liggen, maar alleen binnen een afgebakend vak: de break box.
foot spot en lijn
Bij 9-ball heeft die lange lijn een duidelijke functie. Moet de 9 terug op tafel — ze valt bij een fout of bij een push out, of ze gaat van de tafel — dan hoort ze op de foot spot. Ligt daar een bal in de weg, dan schuift ze over die lijn naar achteren, richting de korte band, zo dicht mogelijk bij de foot spot.
Push out
Direct na de afstoot mag de speler die aan de beurt is één keer een push out spelen. Je kondigt hem aan, en dan mag je de witte spelen waarheen je wil: je hoeft de laagste bal niet eerst te raken en er hoeft geen band geraakt te worden. Daarna kiest je tegenstander of hij zelf verder speelt of jou laat spelen.
Hij bestaat voor de stand waarin de afstoot je met niets achterlaat.
Beurtorde
Je moet altijd eerst de laagste bal op tafel raken. Wat er daarna valt, maakt niet uit — ook een combinatie telt. Pot je een bal, dan blijf je aan de beurt. Mis je, of maak je een fout, dan is je tegenstander aan zet.
Fouten
- de witte bal potten of van de tafel stoten
- de witte met iets anders dan de pomerans raken
- de witte twee keer raken
- de witte duwen in plaats van stoten
- niet de laagste bal als eerste raken
- na de raking geen enkele band raken, zonder dat er een bal valt
- een bal van de tafel stoten
Bij een fout krijgt je tegenstander de witte in de hand: hij mag ze overal op de tafel neerleggen, niet alleen achter de opstootlijn.
Valt de 9 bij een fout, dan gaat ze terug op de foot spot en speel je verder. Alle andere ballen die bij een fout vallen of van de tafel gaan, blijven weg.
Geen open table
Anders dan bij 8-ball bestaat open table niet in 9-ball. Je moet altijd de laagste bal eerst raken, wat er bij de afstoot ook gevallen is.
Het einde van het spel
Het rack is uit zodra iemand de 9 legaal pot. Dat hoeft niet als laatste bal te zijn: raak je netjes de laagste bal en gaat de 9 daarbij mee in een pocket, dan win je meteen.